Gebreide shawl, bij wijze van een baschliek geschikt
Afbeelding No. 20.
Een zoodanige shawl kan over een hoed of baret gedragen worden. Het model is 160 d. lang, 60 d. breed, en met witte florawol in een gestreept patroon gebreid, als volgt: Men zet overeenkomstig de breedte van den shawl op en werkt daarop: 1. toer. Afh. (dat is 1 steek afhalen), * 2 r. (recht) en wel eerst den tweeden, dan den eersten van de beide steken, zoodat deze zich kruisen, 1 r., omsl. (omslaan), 2 r. wederom eerst den 2., dan den 1. Van de beide steken, omsl., 1 r. Van * af herhalen tot aan het einde van den toer, dan nog 3 r. 2. toer. Afh., * 2 aver. (averecht), den volgenden steek met den daarachter liggenden omslagdraad te zamen averecht breien, 2 aver., dan volgenden omslagdraad met den naastbijzijnden steek te zamen aver. breien en van * af herhalen tot aan het einde van den toer, dan nog 3 aver. Men herhaalt deze beide toeren zoo dikwijls, tot dat de shawl de vereischte lengte verkregen heeft, dan kant men af, rimpelt den shawl aan de beide dwarszijden in en versiert hem aldaar met een kwast.