Verschillende strikken
Afb. No. 71―74.
Men kan deze strikken hetzij in het haar, of ook wel als garnituur voor fichus, blousen, kragen enz. gebruiken. ― Afb. No. 71. Strik voor het haar. Deze strik, door de afb. op de helft van de oorspronk. grootte voorgesteld, bestaat uit een rozet van kleine puntjes van satijnen lint, welke men naar de afb. schikt, en op een lapje stijve tulle naait. In het midden is op de rozet een geslepen gitten plaatje gehecht. Met kortere en langere einden lint, aan de dwarszijden uitgepunt wordt de rozet voltooid. Aan de achterzijde is tegen de rozet een stukje karton, naar denzelfden vorm geknipt, en met taf overtrokken gehecht, waar men naar afb. No. 73 een haarspeld doorheen steekt; deze haarspeld is op het karton vastgenaaid en dient om den strik in het haar te bevestigen. Men steekt soortgelijke strikken zoodanig in het haar, dat de einden naar achteren afhangen. Afb. No. 72. Strik voor het haar. Voor de rozet op de helft van de oorspronkelijke grootte afgebeeld, naait men een eind satijnen lint twee en een half d. breed, zoodanig op een cirkelrond lapje stijve tulle van 4 d. in doorsnede, dat er kleine onregelmatige lussen ontstaan; eerst moet men de lussen langs den buitenrand van de stijve tulle uitvoeren. Dan hecht men onder de rozet eenige einden en lussen (zie de afb.) en naait er aan de achterzijde een stukje karton met een haarspeld voorzien tegen, zooals dit bij de vorige rozet is vermeld. ― Afb. No. 74. Strik als garnituur voor blousen, fichus enz., ook in het haar te gebruiken. Deze strik is vervaardigd van een eind paars satijnen lint 11 d. lang drie en een half d. breed, in de rondte met kant 1 d. breed afgesloten, en langs het midden met drie stolpplooien voorzien. De reep op den strik bestaat uit een satijnen biais 1 d. breed, met een knoop dooreen gehaald. Als men den strik in het haar wenscht te dragen, dan naait men er aan de achterzijde een stukje karton, met taf overtrokken en met een haarspeld voorzien tegen.